Wat is bodemdaling?
Bodemdaling is het dalen van het land oppervlakte ten opzichte van een vast referentiepunt zoals het Normaal Amsterdams Peil (NAP). In grote delen van de wereld en ook Nederland daalt de bodem. Dit wordt veroorzaakt door vervorming van de ondergrond op uiteenlopende dieptes. In de diepe ondergrond spelen natuurlijke processen zoals tektonische bewegingen en isostasie een rol. Daarnaast kan menselijke activiteit, zoals de winning van gas, zout of grondwater, bijdragen aan bodemdaling. In gebieden met een ondergrond die bestaat uit veen, klei of andere samendrukbare sedimenten ontstaat bodemdaling vooral door compactie van deze zachte lagen. Hierdoor neemt het volume van de bodem af en daalt het maaiveld.
Processen die bodemdaling veroorzaken
De compactie van de bovengrond kan het gevolg zijn van verschillende natuurlijke en menselijke processen. Compactie is het samendrukken van bodemlagen onder invloed van een belasting of een verandering in de waterspanning in de bodem. Compactie kan optreden door:
- belasting van de ondergrond door bebouwing, infrastructuur of ophogingen;
- verlaging van het grondwaterpeil;
- grondwateronttrekking.
Wanneer het grondwaterpeil daalt, neemt de poriedruk in de bodem af en neemt de effectieve spanning toe. Hierdoor worden bodemdeeltjes dichter op elkaar gedrukt, wat leidt tot zetting en bodemdaling.
In veengronden leidt een lagere grondwaterstand ertoe dat zuurstof dieper in de bodem kan doordringen. Hierdoor wordt organisch materiaal versneld afgebroken door micro-organismen. Dit proces, ook wel veenoxidatie genoemd, resulteert in volumeverlies van de bodem en daarmee in maaivelddaling.
Krimp treedt op wanneer klei- of veengronden uitdrogen. Door verdamping en ontwatering neemt het vochtgehalte af, waardoor de bodem samentrekt. Dit proces kan tijdelijk of permanent zijn en draagt bij aan bodemdaling.
Rijping is het proces waarbij jonge, waterrijke sedimenten na drooglegging geleidelijk veranderen van een slappe, natte bodem naar een stevigere bodemstructuur. Tijdens dit proces treden ontwatering, krimp en structuurvorming op, wat gepaard gaat met maaivelddaling. Rijping kan versneld worden door de juiste vegetatie (bijvoorbeeld riet).
Naast processen in de ondiepe ondergrond kunnen ook processen in diepere bodemlagen bijdragen aan bodemdaling. Voorbeelden zijn tektonische bewegingen, glacio-isostatische aanpassingen en delfstofwinning.
Natuurlijke bodemdalingssnelheden bedragen doorgaans enkele millimeters per jaar. In dichtbevolkte kust- en deltagebieden zoals Nederland worden deze processen vaak versneld door menselijke activiteiten, waaronder grondwateronttrekking, peilverlaging, delfstofwinning en belasting van de ondergrond. Hierdoor kunnen lokaal dalingssnelheden optreden van enkele centimeters per jaar (Stouthamer & Van Asselen, 2015).
Gevolgen van bodemdaling
De gevolgen van bodemdaling verschillen per gebied en zijn afhankelijk van het landgebruik, de bodemopbouw en de waterhuishouding. Belangrijke gevolgen zijn:
- een grotere kans op wateroverlast en overstromingen;
- hogere kosten voor bemaling en waterbeheer;
- schade aan gebouwen, funderingen, wegen, spoorlijnen en leidingen;
- een toenemend risico op verzilting door opwaartse kwel van zout grondwater;
- afname van landbouwkundige productiviteit;
- verlies van bodemkoolstof en uitstoot van broeikasgassen, met name in veengebieden;
- toenemende beheer- en onderhoudskosten voor infrastructuur.